← Python/De eerste bouwstenen
Les 2 van 8
MODULE 01 · 02◷ 13 min

Geef je waarden een naam

Na deze les kun je
  • Een berekening met variabelen maken
  • Een afgeleide waarde gebruiken

Stel dat je voor een wandeling flessen water koopt. Als het aantal deelnemers verandert, wil je één getal aanpassen en het nieuwe totaal laten berekenen. Daarvoor geef je waarden een naam: je beschrijft de berekening in plaats van alleen de uitkomst op te schrijven.

Een naam verwijst naar een waarde

Een variabele is een naam waarmee je een waarde kunt gebruiken. Met bottles = 4 koppel je de naam bottles aan het getal vier. Dit heet een toekenning: Python rekent eerst de rechterkant uit en koppelt daarna de linkernaam aan de uitkomst.

Het teken = betekent dus niet “vergelijk deze twee dingen”. Je geeft Python de opdracht om een naam te koppelen aan een waarde. Als je later opnieuw iets aan dezelfde naam toekent, verwijst die naam vanaf dat moment naar de nieuwe waarde.

Een getal zonder decimaal deel heet in Python een integer, kortweg int. Je schrijft het zonder aanhalingstekens om ermee te rekenen. De tekst "4" en het getal 4 zijn voor Python verschillende waarden, ook al lijken ze in de uitvoer op elkaar.

Voor vermenigvuldigen gebruik je *; voor aftrekken gebruik je -. Zo heet een rekenteken een operator. Een berekening zoals bottles * per_bottle is een expressie: Python bepaalt er een waarde van.

Eerst berekenen, dan gebruiken

Lees het voorbeeld van boven naar beneden. Probeer zelf de twee uitvoerregels te voorspellen voordat je het uitvoert.

Water voor onderweg
bottles = 4
per_bottle = 2
total = bottles * per_bottle
print(total)
print(total - 3)
Verwachte uitvoer
8
5

Bij de derde regel zijn beide namen rechts van het gelijkteken al bekend. Python vermenigvuldigt hun waarden en bewaart de uitkomst onder total. Daarna gebruikt het programma diezelfde uitkomst twee keer: eerst ongewijzigd, daarna in een aftrekking.

De tweede print() verandert total niet. De berekening levert alleen een nieuwe waarde op om af te drukken. Alleen een nieuwe toekenning aan total zou veranderen waar die naam naar verwijst.

Namen maken code leesbaar, vooral wanneer er meer berekeningen komen. Gebruik beschrijvende namen in kleine letters en verbind woorden met een onderstrepingsteken, zoals per_bottle. Een spatie kan niet midden in zo'n naam staan.

Een naam is geen tekstbericht

Aanhalingstekens hebben nog steeds hun betekenis uit de vorige les. Ze kunnen ervoor zorgen dat een goed berekend antwoord toch niet zichtbaar wordt.

De naam of de waarde?
total = 8
print("total")
print(total)
Verwachte uitvoer
total
8

De eerste regel toont letterlijk de letters total. Bij de tweede regel ontbreken de aanhalingstekens en zoekt Python de bijbehorende waarde op. Controleer dit verschil als je uitvoer een naam laat zien waar je een getal verwachtte.

Nu jij

In de editor staat een bestelling met een prijs en een aantal. Gebruik die bestaande waarden om het totaal en daarna het bedrag na korting te tonen. Reken in de code, zodat een andere prijs of hoeveelheid niet vraagt om een handmatig aangepast antwoord.

AAN DE SLAG 0/2
1

Bereken het totaal

Bereken total voor 3 producten van 12 euro en toon het totaal op de eerste regel.

2

Verwerk de korting

Toon op de tweede regel het totaal na 6 euro korting. Gebruik de variabele total.

Dit neem je mee

  • = koppelt een naam aan de berekende waarde rechts ervan.
  • Zonder aanhalingstekens gebruik je de waarde van een variabele.
  • Een berekening in print() verandert de gebruikte variabelen niet.

Hierna combineer je zulke waarden met gewone tekst in een leesbaar bericht.

main.py
UitvoerPython
›
›_

Hier komt je resultaat.

Voer je code uit en ontdek
wat je hebt gemaakt.

0/2 stappen
EVEN MEEKIJKEN

Bekijk hoe het kan.

Je mag de oplossing bekijken. Deze poging telt dan niet mee als afgeronde les. Met Reset kun je daarna opnieuw zelf oefenen.